Het eeuwige leven na de lichamelijke dood.

Het leven na de dood is voor de meeste mensen volkomen onbekend, ondanks dat er vele tienduizenden getuigenissen zijn van mensen die korte tijd uit hun lichaam zijn geweest (Bijna Dood Ervaring) en een beeld van het leven hierna mochten meenemen. Dat het leven alleen maar eeuwig is, geloven te weinig mensen. En omdat er over het leven van de ziel in het andere leven – het hiernamaals – weinig concrete en betrouwbare informatie beschikbaar zou zijn, blijft het ongeloof groot.

Voorbeelden

Ook in de negentiende eeuw, toen Jakob Lorber leefde, was er weinig bekend over het leven na de dood. Maar Jezus liet hem toen een aantal boeken schrijven waarin het leven aan gene zijde van de lichamelijke dood zeer goed duidelijk wordt gemaakt. Het boek over Bisschop Martinus bijvoorbeeld, beschrijft de ontwikkeling van een ziel aan gene zijde. Direct na zijn overlijden komt Martinus in een omgeving en sfeer die weliswaar veel op zijn aardse leven lijkt, maar hem aan het denken zet. Een tijd later krijgt hij direct contact met Jezus en Petrus, die hem helpen Zijn verkeerde beelden van het vagevuur, hemel en hel los te laten. Zij praten met hem daarover en weerleggen zijn misvattingen liefdevol, maar beslist. De manier waarop deze gebeurtenissen worden beschreven, maken heel goed duidelijk dat een mens aan gene zijde denkt en handelt zoals hij hier op aarde leefde. Er is geen verschil, iedereen in het hiernamaals leeft en leert daar wat het leven werkelijk is en wat het ware doel van het leven is.

Een ander boek van Jakob Lorber dat hij met de hulp van Jezus mocht schrijven, is nog concreter en neemt de lezer mee in de geestelijke wereld van Robert Blum die nauwelijks in God geloofde, maar er wel in de kerk veel over had gehoord. Meteen na zijn lichamelijke dood accepteert hij zijn nieuwe bestaan, maar omdat hij totaal onwetend is, is het helemaal donker om hem heen. Hij kan geen hand voor ogen zien en voelt dat hij kan lopen, maar geen meter vooruit komt. Dit is een heel mooi overeenstemmend beeld van zijn situatie en zijn totale onbekendheid met het leven na de dood. Ook Robert Blum krijgt contact met Jezus, omdat hij net als Bisschop Martinus, wel in de persoon Jezus had leren geloven. Dat is zijn redding, want Jezus helpt hem en leidt hem stap voor stap naar een geestelijk leven in het hiernamaals vanuit ware wijze liefde.

Lering

Deze beide Jakob Lorber boeken beschrijven heel beeldend hoe deze mannen hun leven aan gene zijde in de geestelijk tussenwereld (het hiernamaals) leiden en wat zij daar allemaal leren over het werkelijke leven. Jezus komt hen telkens te hulp en helpt hen zich te ontdoen van de vele misvattingen die zij zich op aarde hadden eigen gemaakt. Dat het ook anders kan gaan, heeft Jezus in een ander boekje duidelijk gemaakt. In het boek over de drempel van de dood, geeft Hij een aantal voorbeelden waardoor en van de wijze waarop mensen overlijden en hun reactie daarop. Deze verhalen zijn buitengewoon leerzaam en vormen tegelijk een waarschuwend woord voor de lezer, want het leven is geen spelletje maar een ernstige en heilige zaak. Steeds blijkt uit de boeken van de Nieuwe Openbaring dat het doel van het leven is leren leven vanuit onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke liefde, maar dat zelfs vele geestelijke leiders dit niet weten en dat mensen daardoor deze uiterst belangrijke kennis niet verwerven tijdens hun aardse leven.

Citaat uit “Over de drempel van de dood”. De overgang van een beroemd man.

Kijk, daar staan drie voor hem niet zichtbare engelen bij het bed van onze stervende. Zij houden de blik onafgewend op onze man gericht.
Nu zegt A tegen B: ‘Broeder, ik denk dat het voor hem nu wel volbracht is. Aan deze doornhaag zullen hier op aarde wel geen druiven meer tevoorschijn komen. Zie hoe de ziel zich kromt en kronkelt en geen uitweg vindt, en hoe verkommerd de arme geest in haar eruit ziet! Grijp dus met je hand in de al starre ingewanden en bevrijd deze jammerlijke, ellendige ziel uit haar nacht, dan zal ik in naam van de Heer mijn adem op haar blazen en haar wekken voor deze wereld. En jij, broeder C, leid haar dan langs de wegen van de Heer naar haar plaats van bestemming, overeenkomstig de vrijheid van haar liefde. Het geschiede!’
Nu grijpt engel B in de ingewanden van onze man en zegt: ‘In naam van de Heer -ontwaak en word vrij, broeder, over­eenkomstig jouw liefde. Het zij zo!’
Nu zakt aan deze zijde het sterfelijke omhulsel in het stof, maar aan gene zijde staat een blinde ziel op!
Engel A komt naderbij en zegt: ‘Broeder, waarom ben je blind?’ En de pas ontwaakte zegt: ‘Ik ben blind. Maak mij ziende, als jullie kunnen, opdat ik te weten kom wat er met mij gebeurd is, want al mijn pijnen zijn nu opeens verdwenen!’
Daarop ademt A op de ogen van de ontwaakte; de ontwaakte opent ze, kijkt heel verbaasd om zich heen en ziet niemand, behalve engel C. Hij vraagt hem: ‘Wie ben jij? En waar ben ik? En wat is er met mij gebeurd?’
De engel antwoordt: ‘Ik ben een boodschapper van God, de Heer Jezus Christus; ik ben aangewezen om je te leiden op de wegen van de Heer, als je dat wilt. Je bent nu lichamelijk voor eeuwig gestorven voor de uiterlijke, materiële wereld en bevindt je nu in de geestenwereld.
Hier staan twee wegen voor je open: de weg naar de Heer in de hemelen of de weg naar het gebied waar de hel heerst. Het komt nu helemaal op jou aan, welke kant je uit zult gaan. Want zie, hier ben je volkomen vrij en kun je doen wat je wilt. Als je je door mij wilt laten leiden en mij wilt volgen, dan doe je daar goed aan. Maar als je liever je eigen lot wilt bepalen, staat je dat ook vrij. Maar weet, dat er hier maar één God, één Heer en één Rechter is en dat is Jezus, die in de wereld gekruisigd is! Houd je alleen aan Hem, dan zul je het ware licht en leven bereiken. Al het overige zal bedrog zijn en de schijn van je eigen fantasie, waarin je nu leeft en dit nu van mij verneemt!’
Daarop zegt de ontwaakte: ‘Maar dat is een nieuwe leer, die in strijd is met de leer van Rome, dus een ketterij! En jij, die mij die leer hier op deze eenzame plaats wilt opdringen, lijkt eerder een afgezant van de hel te zijn dan van de hemel; verdwijn dus uit mijn ogen en breng mij verder niet in verzoeking.
Dan zegt engel C: ‘Goed, jouw vrijheid ontslaat mij in de naam van de Heer Jezus van mijn zorg voor jou. Ontvang dus nu je eigen licht; het zij zo!’
Daarop verdwijnt engel C; de pas ontwaakte treedt zijn natuurlijke sfeer binnen en is op die manier als het ware onder zijn bekenden van de wereld en herinnert zich nauwelijks meer wat er met hem is gebeurd. Daar leeft hij nu – maar onwerkelijk ­ zoals op de aardse wereld, hij gaat voort te doen wat hij op de wereld deed en bekommert zich noch om de hemel noch om de hel en nog minder om Mij, de Heer. Want dat zijn voor hem allemaal belachelijke vaagheden, even onwerkelijk als droombeelden, en iedereen die hem daaraan herinnert wordt uit zijn gezelschap verwijderd.
Einde citaat.

Deel Dit Verhaal, Kies Je Platform!

Door |2021-02-16T10:26:20+01:00december 3rd, 2020|
Ga naar de bovenkant