Het ontstaan van de duif en meeuw is een voorbeeld van een evolutionair proces.

De duif en de meeuw ontstaan evolutionair gezien uit een zeeanemoon. In slechts drie stappen ontstaat een vogel uit een primitief, maar wel erg mooi, dierlijk zeeleven. Dit voorbeeld van een evolutionair proces is wetenschappelijk gezien niet gemakkelijk te verklaren, omdat de stappen niet logisch op elkaar lijken aan te sluiten. Waarom zou een vogel uit een vis evolueren en een vliegende vis uit een octopus, of een octopus uit zo`n eenvoudig organisme als een zeeanemoon? Juist omdat onderzoekers nog steeds de lichamelijke vorm als primair vergelijkingsmateriaal gebruiken bij hun speurtocht naar mogelijke voorouders, ligt dit voorbeeld van evolutie beslist niet voor de hand.

Volgens de evolutieleer van Charles Darwin ontwikkelen nieuwe organismen zich geleidelijk. De ontwikkeling van de mens met de aap als voorouder is een typerend voorbeeld van een evolutionair proces volgens Darwin. Stap voor stap treden volgens deze evolutieleer fysieke veranderingen op, want de natuur zou trapsgewijs hogere soorten uit lagere soorten ontwikkelen. Volgens wetenschappelijke onderzoekers zouden nieuwe soorten levende wezens ontstaan door onder andere spontane veranderingen in de erfelijke informatie (DNA) van het organisme en natuurlijke selectie. Deze aannames rusten op de gedachte dat de sterkste soort blijft leven en de zwakkere soorten daardoor uitsterven. De veranderingen zouden geleidelijk gaan en in de loop der eeuwen zouden op deze wijze alle nieuwe soorten leven zijn ontstaan.

Alle evolutie wordt door God geleid

De Heer heeft in het Grote Johannes Evangelie door Jakob Lorber vaak de schepping van levende wezens uit zielenelementen van het mineralen-, planten- en dierenrijk aan zijn volgelingen uitgelegd. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan geeft Jezus in het boek “Geheimen van de Natuur”. De schepping van duiven en meeuwen gaat stap voor stap en begint met het eenvoudige organisme van een zeeanemoon, daaruit ontstaat een octopus. De volgende stap is een vliegende vis. God schept het nog weer hoger ontwikkelde leven van de duif en zeemeeuw uit het zielenleven van die voorgaande drie stadia. De zielendelen van de nog eenvoudigere organismen, zoals plankton, kleine wormen, visjes en insecten, die de anemoon en verschillende soorten vissen tot voedsel dienden, blijven altijd deel van die hogere levensvormen. De zielendelen van de duif en zeemeeuw dienen op hun beurt weer als bouwsteen voor een nog hoger ontwikkeld, weer intelligenter organisme. Op deze manier leidt God alle evolutionaire processen.

De evolutie is geen toevalsproces

Uit dit voorbeeld van een evolutionair proces blijkt dat er geen logische overgang van de ene soort in de andere is, wanneer we de vorming van een duif of een zeemeeuw proberen te verklaren aan de hand van de gangbare Darwinistische evolutieleer. Gelet op het uiterlijk en de lichamelijke vormen is de overeenkomst tussen een zeeanemoon en een octopus nog wel te begrijpen, maar de stap van octopus naar vliegende vis is een niet zo voor de hand liggende verandering. Beide zijn zeedieren, maar de lichamelijke verschillen zijn erg groot. Dat vervolgens zowel een duif als een meeuw uit een vliegende vis evolueren, is zeer zeker onverwacht te noemen, omdat het volgens de evolutieleer van Darwin veel waarschijnlijker lijkt dat kleinere vogels hun voorgangers zouden zijn.

Jezus verklaart in het Grote Johannes Evangelie zeer gedetailleerd het ontstaan van levende organismen en de vele natuurlijke processen die daarvoor noodzakelijk en erbij betrokken zijn. Alles wat op deze aarde bestaat, groeit en leeft komt voort uit de wil van God. Hij neemt daarbij een noodzakelijke trapsgewijze volgorde in acht en Hij laat het een uit het ander geleidelijk aan enkel door Zijn wil ontstaan.

Steeds weer blijkt dat zielen van levende wezens met een stoffelijke vorm geschapen worden met zielendeeltjes uit het mineralen-, planten- en dierenrijk. Die zielendeeltjes blijken geestelijke oerkrachten, intelligenties te zijn. De vorming van een ziel bestaat uit het samenvoegen van die subtiele substanties die in de aardatmosfeer in vrije toestand, maar onzichtbaar voor het menselijk oog, aanwezig zijn. Gods helpers, Zijn engelen leiden deze processen, want zij zijn de uitvoerders van Zijn wil. De uiteindelijke vorming en in stand houding van het stoffelijk lichaam is steeds de laatste stap waarvoor de vaste en vloeibare materie voor wordt gebruikt. Maar die vaste, vloeibare en gasvormige materie bestaat ook weer uit geestelijke oerkrachten.

Deel Dit Verhaal, Kies Je Platform!

Andere berichten

Door |2021-07-23T14:03:18+02:00november 30th, 2020|
Ga naar de bovenkant