De ontwikkeling van een menselijke ziel.

Een Romeinse hoofdman is met Jezus in gesprek over de evolutionaire ontwikkeling van de menselijke ziel. Hij klaagt dat de natuur zo wreed is, want hij ziet overal op aarde niets dan vijandschap en nog eens vijandschap. Het ene dier is de vijand van de andere en dat gaat zo door tot aan de mens, die tenslotte nog de grootste vijand is van alle andere dieren en wezens. Zelfs zijn eigen soortgenoten ontziet de mens niet. De Romein vraagt zich af waarom God niet voor ander aards voedsel had kunnen zorgen. Ossen, paarden, koeien, ezels, geiten en schapen voeden zich bijvoorbeeld met gras. Hoe kan nu een alwijze, algoede en almachtige God plezier scheppen in het feit dat schepselen die Hij zelf geschapen heeft, elkaar voortdurend doden en opvreten? Zie ook hemelsbrood 7009.

Schepping van dierenziel

God de Vader geeft een heel mooi antwoord op deze vraag. Daarbij schetst Hij in het kort een proces dat wij kennen als de evolutieleer van Darwin. Bij Darwin gaat het echter uitsluitend om het lichamelijke niveau, terwijl de werkelijke evolutie de zielenkrachten van mineralen, planten en dieren betreft. De parallel is overduidelijk, maar het grote verschil is dat zielenenergieën, of krachten fijnstoffelijk zijn en bovendien is de evolutie beslist geen willekeurig proces, zoals de wetenschap beweert.

De ontwikkeling van een mens, de menselijke ziel beter gezegd, wordt uiterst precies door de hemelse Vader geleid. Stap voor stap wordt een ziel geschapen. Een prachtig voorbeeld van evolutionaire ontwikkeling is de trapsgewijze schepping van vogels uit zeeanemonen. De zielenstof van vogels dient weer als bouwsteen voor een nog hoger organisme en dat kan heel goed een menselijke ziel zijn.

Schepping van een menselijke ziel

In deel tien van het Grote Johannes Evangelie van de Jakob Lorber boeken beschrijft Jezus de schepping van een menselijke ziel uit de zielen van een jakhals, een adelaar en een gazelle. Het karakter van de menselijke ziel die daaruit ontstaat, bespreekt Jezus ook en dat is zeer interessant, want die nieuwe ziel kan, als hij goed wordt opgevoed, een groot man worden. Het goedaardige van de gazelle zal zijn hart regeren, het slimme van de jakhals zijn inzicht en het krachtige van de adelaar zijn verstand, moed en zijn wil. Zijn karakter zal voornamelijk krijgslustig zijn, wat hij echter door zijn gemoed en zijn schranderheid kan matigen, waardoor hij een zeer bruikbaar mens in wat voor positie dan ook kan worden.

Dit voorbeeld laat zien dat deze drie “dieren” in feite voor complexe begrippen zoals ‘goedheid’, ‘moed’, en ‘slim’ bestaat. Het karakter van die nieuwe menselijke ziel is op die manier – geestelijk overeenkomstig gezien – te beschrijven. Wij weten wat onder goedheid kan worden verstaan, maar dat kunnen we alleen dankzij onze – geestelijke kennis en ervaring – met andere mensen. Evenzo geldt dit voor de begrippen moed en slimheid. Wij kunnen die geestelijke krachten alleen maar bevatten dankzij onze levenservaringen hier op aarde.

Het hoge doel van eten en gegeten worden

Uit deze voorbeelden van werkelijke evolutie blijkt dat het aardse leven geen wrede strijd om te overleven is, want het eten en gegeten worden in de natuur dient de ontwikkeling van menselijke zielen. Dat is het werkelijke doel van de schijnbare wreedheid in de natuur en alle evolutionaire processen op aarde. Maar veel mensen denken en geloven dat er geen God van liefde kàn zijn, juist omdat de natuur zo`n voorbeeld van wreedheid zou zijn.

Jezus legt de Romein echter uit dat alle materie van deze aarde, van de hardste steen tot aan de zeer subtiele ether, in feite geestelijke bouwstenen voor de ziel zijn. Alle materie weerspiegelt een verzameling geestelijke krachten. Anders gezegd, materie bestaat uit niets anders dan zielenstof en zielenstof is geestelijk, fijnstoffelijk van aard. Vaak gebruiken andere mensen daarvoor het woord etherisch. De ziel is ook het etherische lichaam van de geestelijke mens, want de mens is een drie-eenheid van lichaam, ziel en geest waarbij de geestelijke mens de werkelijke mens uit God de Vader is. Zijn ziel is zijn fijnstoffelijke, etherische vorm.

Elke ziel maakt op haar beurt een stoffelijk lichaam uit die zielenbouwstenen dat past bij haar geestelijke ontwikkeling. Zo gaat de ziel van een plant of een dier naar een hogere levensfase over, zodra zij daar rijp voor is. Het stoffelijke lichaam is haar dan niet meer van nut en na haar lichamelijke dood vormt zij een ander lichaam met de fijnstoffelijke zielenstof van de organismen die zij heeft gedood en opgegeten. Daarin kan zij zich opwerken naar een weer hogere levensvorm met grotere verstandelijke vermogens. Dit gaat zo door tot aan de vorming van een menselijke ziel en alle stappen gaan daarbij volgens door God de Vader nauwkeurig vastgelegde ontwikkelingsfasen.

Is er eenmaal een menselijke ziel gevormd, dan kan zij in haar stoffelijk lichaam hier op deze aarde aan haar geestelijke ontwikkeling beginnen. Aan gene zijde gaat zij daarmee door, want daar wordt zij verder opgevoed. Haar doel is tot vol zelfbewustzijn te komen, tot kennis van God, liefde tot Hem en zij kan zich daarna pas weer verenigen met haar geest, haar wezenlijkheid uit God de Vader.

Deel Dit Verhaal, Kies Je Platform!

Door |2021-03-04T14:52:06+01:00november 11th, 2020|
Ga naar de bovenkant