Het werkelijke leven is eeuwig.

Gewoonlijk wensen we elkaar een gezond en lang leven en dan staan we er niet bij stil dat we eeuwig leven. Immers, na de dood van het lichaam, dat we het liefst gezond en mooi willen houden, leven we aan gene zijde, het hiernamaals, gewoon verder. Maar het lichaam, dat slechts een voertuig voor onze ziel is, is een loos omhulsel dat bij de lichamelijke dood een stoffelijke overschot wordt.

Degene die zich tijdens zijn aardse leven voornamelijk op zijn lichaam en zijn lichamelijke leven richt, weet niet dat zijn lichaam uit zichzelf geen leven heeft. Hij beseft niet dat het leven in ieder levend wezen van God is. Het werkelijke leven is een eeuwig leven en dat heeft ieder mens vanaf zijn geboorte hier op aarde van God gekregen, want Hij is het leven in alle mensen, in alle dieren, in elk levend wezen.

En het is God die de mens niet alleen het bestaan geeft, maar ook het besef te bestaan. Hij geeft ieder mens het besef te bestaan en juist dat kan materie aan niemand geven. Materie op zichzelf is levenloos en het vergaat. Materie geeft niemand het leven, want het is zichzelf niet bewust. Alleen het geestelijke leven, blijft bestaan, want de mens is een geestelijk wezen. Zijn stoffelijk lichaam is niets anders dan een hulpmiddel om hier op aarde te leren inzien dat hij een geestelijk wezen is.

God leeft in ieder mens. Zijn eeuwige ware liefde geeft alle mensen het bestaan, dat is hetzelfde als het eeuwige leven. Hij raadt ons aan in diepste nederigheid Hem, de ware liefde, in zijn leven toe te laten, want dan bereiken we het werkelijke leven in Gods sferen van warmte (liefde) en licht (wijsheid). Een persoonlijk bestaan in bewuste eenheid met de Liefde Zelf en eeuwig levend. Zie Hemelsbrood.nl nummer 4417.

Gods licht (wijsheid) en de warmte (liefde) wekken in degene die in Hem gelooft, een steeds grotere werkzaamheid op. Die ziel leert zichzelf dan steeds beter kennen, wordt helderder en zuiverder, waardoor ook de goddelijke kracht steeds meer binnenstroomt. Als de ziel deze kracht herkent, dan herkent ze ook God, van wie deze kracht uitgaat. En als ze dit beseft, kan het niet anders dan dat ze God ook steeds meer en meer liefheeft.

Wanneer zo’n ziel dan tenslotte het lichaam verlaat en in het grote hiernamaals in het volste bewustzijn aankomt, zal ze ook God – de Liefde Zelf – meteen herkennen. Omdat zij hier op aarde Hem tot het volste en helderste bewustzijn in zichzelf heeft gebracht. Deze uiterst belangwekkende informatie gaf Jezus aan Jakob Lorber in de Jakob Lorber boeken van Nieuwe Openbaring.

Deel Dit Verhaal, Kies Je Platform!

Door |2021-02-01T17:23:24+01:00augustus 10th, 2020|
Ga naar de bovenkant